maandag 7 november 2011

Bethlehem, de muur en vluchtelingen

Het heette dan wel een olijfplukreis, maar we hebben heel wat meer gedaan dan alleen olijven plukken. We zagen ook de plaatsen die een toerist nu eenmaal wil zien en het was op deze reis ook de bedoeling om iets te leren over wat het voor de Palestijnen inhoudt om onder Israël's militaire bezetting te moeten leven. Dit is het tweede deel van mijn reisverslag. Zo bezochten we dus ook Bethlehem en met name de Geboortekerk. Helaas ben ik niet in staat om kiekjes te maken, maar wie wil weten hoe de kerk eruitziet kan er op het internet vast wel foto's van vinden.

In de tijd waarin Jezus geboren werd hadden herbergen vaak een grot waar de gasten hun dieren konden "stallen". Zijn geboorteplek is dan ook inderdaad een grot.

We hebben ook door de binnenstad van Bethlehem gelopen. En dan is daar ineens, volkomen krankzinnig, de Apartheidsmuur, gewoon midden door de stad. Hij is zo hoog dat ik de bovenkant niet kon zien (hoewel dat in mijn geval ook weer niet heel veel zegt). Ik heb mijn oor ertegen gelegd en kon de Israeli's aan de andere kant horen, het klonk als winkelend publiek. Die muur is een enorm grimmig gedrocht, ik werd er helemaal akelig van. Het is zo triest dat Israël niets geleerd heeft van de Berlijnse muur en dus gewoon een nieuwe bouwt.
Er werd ons verteld dat twee keer per jaar, met Kerstmis en Pasen, er een poort in de muur opengaat zodat de Patriarch naar de Geboortekerk kan komen om de Mis op te dragen.

In 2005 heeft het Internationaal Gerechtshof de muur als illegaal aangemerkt en Israël gesommeerd hem te ontmantelen en de gedupeerden de geleden schade te vergoeden, maar dit is dus nooit afgedwongen. Het ging daarbij niet om de muur op zich, want elk land heeft het recht om zoveel muren te bouwen als het wil, zolang dat maar op eigen grondgebied gebeurt. Maar deze muur staat op bezet Palestijns land en is dus ook nog een middel voor Israël om meer land van de Palestijnen te stelen.

Op diezelfde dag bezochten we ook het vluchtelingenkamp Deheisha. Smalle steegjes waar de zon niet in komt, woninkjes hoog op elkaar gebouwd, veel mensen op heel weinig ruimte bij elkaar. Men doet wel zijn best om het zo leefbaar mogelijk te houden, maar voor geen goud zou ik mijn kinderen op zo'n plaats willen laten opgroeien.

Later, tijdens een presentatie door de vluchtelingenorganisatie Badil leerden we waarom zoveel vluchtelingen nog steeds in dit soort ellendige kampen leven. Zodra ze namelijk het kamp zouden verlaten om ergens anders een bestaan op te bouwen, verliezen ze daarmee hun status als vluchteling en dus ook hun recht op terugkeer naar waar ze oorspronkelijk vandaan komen. Binnen de conventies van Genève heeft elke vluchteling het onvervreemdbare recht om uiteindelijk terug te keren naar zijn huis. Dit recht is voor Palestijnen tot nu toe niet verwezenlijkt, maar het is wel waar de meesten nog steeds op hopen. Sommigen moesten vluchten in 1948 bij de oprichting van de staat Israël, anderen in 1967 toen Israël de Westoever en Gazastrook bezette, en sommigen beide keren. Maar de meesten willen nog steeds terug naar huis. Ze bewaren nog altijd de sleutel van hun huis en geven die door aan hun kinderen of kleinkinderen, als symbool van de hoop om ooit terug te kunnen gaan.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen