dinsdag 8 juni 2010

Israëlische aanval op "Freedom Flotilla" was illegaal

De laatste dagen is er heel wat gediscussieerd over de vraag of de aanval door Israël op het hulpkonvooi voor de Gazastrook nu gerechtvaardigd was of niet. Vanzelfsprekend vindt Israël zelf van wel en natuurlijk is onze eigen Minister van Buitenlandse Zaken Verhagen (CDA) het daar roerend mee eens. Maar een aantal landen, waaronder Frankrijk, Zweden, Griekenland en Turkije, heeft de aanval inmiddels veroordeeld en ook het gehele pro-Palestijnse kamp is er woedend over. Maar hoe zit het nu echt? Had Israël het recht die schepen aan te vallen of niet? Ik heb geprobeerd dit uit te zoeken en, hoewel deze materie erg ingewikkeld is, denk ik toch dat ik er nu wel een beetje van begrijp.

Om de aanval te rechtvaardigen beroept Israël zich op het recht om zichzelf te verdedigen. Het ziet zichzelf als in oorlog met Hamas en baseert zich op het zgn. San Remo Handvest, dat de regels beschrijft waaraan landen zich dienen te houden bij een internationaal conflict op zee. Hierin staat inderdaad dat een blokkade een gerechtvaardigde methode van oorlogvoering is. En aangezien Israël van mening is dat de schepen de bedoeling hadden de blokkade te doorbreken, mochten ze dus worden tegengehouden, ook met geweld. Maar de regels in het San Remo Handvest gelden alleen voor legale blokkades. Om gerechtvaardigd te zijn moet een blokkade aan een aantal voorwaarden voldoen.

Ten eerste zijn blokkades verboden als de schade ervan voor de burgerbevolking onevenredig groot is ten opzichte van het militaire voordeel. Zoals algemeen bekend is dit in Gaza zeker het geval. De mensenrechtencommissie van de VN heeft vastgesteld dat de bevolking van Gaza door de blokkade in ontoelaatbare armoede en ellende is komen te verkeren en spreekt zelfs van een humanitaire crisis. Zij stelt daarom dat deze op zich al een schending is van het internationaal recht een de mensenrechten. De VN heeft Israël dan ook gesommeerd hem op te heffen, zoals bekend zonder succes. Ten tweede is het niet toegestaan om militaire middelen te gebruiken om een politiek doel na te streven. Israël zegt dat deze militaire blokkade tot doel heeft om de economie van Gaza te verzwakken en daarmee ook Hamas. Maar dit is een politiek doel, zodat een militair middel daarvoor niet mag worden ingezet. Ten derde heeft Israël als bezettende macht de plicht om te zorgen voor voldoende voeding, medische zorg en een goede leefsituatie voor de bevolking van Gaza. Israël vindt zelf dat het Gaza niet meer bezet, maar de VN hebben bepaald dat dit wel degelijk nog steeds het geval is. Immers, een bezetting houdt in dat een vreemde mogendheid effectief de volledige controle heeft over een gebied, ongeacht of die mogendheid daadwerkelijk troepen in het gebied heeft of de controle van buitenaf uitoefent. Met de blokkade verzuimt Israël te voldoen aan zijn verplichtingen als bezetter, wat dus nog een reden is waarom deze illegaal is.

Het is dus duidelijk dat de blokkade van Gaza, en daarmee dus ook de aanval op het hulpkonvooi, illegaal zijn. Maar zelfs in het geval van een gerechtvaardigde blokkade stelt het San Remo Handvest dat de blokkerende partij de verplichting heeft om voedsel en essentiële goederen door te laten als de burgerbevolking daaraan gebrek heeft, waarbij de goederen dan wel eerst geïnspecteerd mogen worden. De conclusie is dus dat Israël in het geval van Gaza de goederen hoe dan ook had moeten doorlaten.

We hebben het hier over ernstige schendingen van de Vierde Conventie van Genève, die, volgens deze zelfde conventie, als oorlogsmisdaden betiteld moeten worden. En elke staat heeft de plicht om diegenen die zulke misdaden gepleegd hebben hiervoor te berechten.

Een schip dat de vlag van een bepaald land voert, is rechtskundig een uitbreiding van het grondgebied van het betreffende land. Het Turkse schip dat werd aangevallen, de Mavi Marmara, was dus in feite een stukje Turks territorium. Turkije zou daarom deze aanval op een vreedzaam schip kunnen opvatten als een aanval op haar grondgebied in vredestijd, wat gelijk staat aan een oorlogsverklaring. Ik weet niet of het werkelijk zo hoog gespeeld wordt, maar het is wel begrijpelijk dat de zaak zeer ernstig wordt opgenomen.

Ik vind het zeer beschamend dat onze Minister van Buitenlandse Zaken ondanks dit alles Israël de hand boven het hoofd blijft houden. Het CDA stelt in zijn partijprogramma dat het de twee-statenoplossing steunt en naar een rechtvaardige vrede streeft. Maar steun voor dit soort misdaden tegen het internationaal recht getuigt toch niet van een dergelijke intentie. Blijkbaar blijft het, zoals zo vaak bij het CDA, ook nu weer bij woorden en vindt men het uit de wind houden van Israël belangrijker dan een werkelijk rechtvaardig Midden_Oostenbeleid.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen